Altijd wanneer het sneeuwt, gaat het druppelen in mijn geheugen. Zelden is de sneeuw zo vroeg gevallen als dit jaar. Langzaam wordt alles toegedekt onder een dik wit pak dat alle geluiden lijkt te absorberen, alsof met het vallen van de sneeuw een hoorbare stilte over de stad valt. De Amstel een gladde zwarte spiegel, de Magere Brug getooid met een snoer van lichtjes. Daarboven lijkt één grote sneeuwbol waar een onzichtbare hand flink aan geschud heeft.

Vandaag zou ze tachtig jaar geworden zijn. Nog elf dagen en dan is ze een jaar dood. Het schijnt vaak voor te komen dat mensen sterven in hun favoriete jaargetijde, alsof ze het voor het uitkiezen hebben. De winter was haar seizoen, december haar maand.

Voor het eerst ga ik weer eens een uitvoering van een opera,. Meteen naar Don Giavanni, de lievelingsopera van mijn moeder. Het is tenslotte haar verjaardag. Ik ga alleen. Sommige dingen moet je alleen doen. Dan draag je vanzelf de nodige geheimen mee, grote en kleine. Hoewel, een geheim draag je niet. Was het maar te dragen, dan kon je het zo nu en dan naast je neerleggen. Niemand weet wat er werkelijk gebeurd is die decemberavond vorig jaar, toen ik in dat laatste uur alleen bij haar was.